Groengas uit rundveemest

Aardgasvrij op eigen kracht

Het kan! Want ons dorp kan zelf voldoende groengas produceren. In Wijnjewoude is voldoende koeienmest om via MONO-vergisting 1 miljoen kuub groengas op te wekken. Dat is genoeg om onze huizen te verwarmen. Daarom is deze duurzame verwarming voor Wijnjewoude logisch, voordelig en sociaal.

Groengas van de Mienskip

Technisch is het mogelijk om huizen te verwarmen op elektriciteit, maar dat vraagt een grote investering van de woningeigenaar. Bovendien zijn oudere huizen daarvoor niet geschikt omdat ze vrijwel niet tochtvrij te krijgen zijn. Ook een warmtenet is geen oplossing voor een plattelandsdorp. In Wijnjewoude zullen we dus voorlopig niet zonder gas kunnen. Daarom is het logisch dat wij ons eigen potentieel aan duurzaam gas gaan inzetten. Immers zolang we koeien hebben, hebben we koeienmest en dat is een prima grondstof voor groengas. Zo kunnen we bovendien de kostbare gasinfrastructuur en onze cv ketels blijven gebruiken en toch aardgasvrij worden.

Door mest te vergisten worden broeikasgassen omgezet in biogas. Dit biogas kunnen we opwerken tot groengas wat dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. En dat kan rechtstreeks het gasnetwerk van Liander in. Van 100 koeien kunnen ca 30 gezinnen stoken en koken. Zo worden onze veehouders de warmteproducenten van Wijnjewoude en hebben de inwoners een voordelige en duurzame warmtevoorziening.

Lees hieronder verder of ga even lekker zitten en luister naar de podcast van Harm de Kroon, onze projectleider Groengas.

Hij legt in een paar minuten uit hoe het werkt en dat het haalbaar is:

Hoe werkt het?

In plaats van dat de mest op de boerderij in de opslag blijft totdat het wordt uitgereden, leent de boer het uit om centraal te laten vergisten. Na de bewerking krijgt hij de vergistte mest (digestaat) terug. De bemestingswaarde blijft vrijwel gelijk, alleen de broeikasgassen zijn nuttig gebruikt. Daarmee gaat de uitstoot op het bedrijf flink omlaag. De drijfmest wordt met een tankwagen vervoerd en via een slang in de MONO-vergister gepompt waar het wordt verwarmd en vervolgens weer afgekoeld.  Het hele proces verloopt via een gesloten systeem, waardoor er geen stank vrijkomt.

Is het haalbaar?

Normaal gesproken kan groengasproductie via MONO-vergisting van rundveedrijfmest alleen uit voor grote veehouderijbedrijven van minimaal ca 300 koeien. Dat is de categorie waar Friesland Campina met Jumpstart zich op richt. De relatief kleine melkveehouderijen in Wijnjewoude (tot ca 120 koeien) kunnen wel gezamenlijk rendabel groengas opwekken. En dat willen ze ook, maar investeren is voor een dergelijk bedrijf momenteel niet haalbaar. Daarom heeft WEN op basis van een, in opdracht van EZK ontwikkelde businesscase, een nieuw concept ontwikkeld waarmee Wijnjewoude van duurzaam gas kan worden voorzien met geschikte SDE subsidie.

Het WEN concept

In coöperatief verband met ca 20 boeren kan WEN met 1 grote of enkele kleinere MONO-vergisters voldoende groengas opwekken. WEN is eigenaar van de installatie(s) en beheert het proces. De boeren krijgen een vergoeding voor hun uitgeleende mest.

Dit bedrijfsmodel levert een aantal voordelen:
– De grootste investeringen worden aangegaan door de energiecoöperatie (waarvan ook de boeren lid zijn).
– De vergisting kan optimaal bestuurd worden door een ervaren operator.
– De boer wordt ‘energieleverancier’ voor het dorp, wat de onderlinge band positief versterkt.
– De winsten blijven lokaal en worden rechtvaardig verdeeld over boeren en dorpsgemeenschap.

De aanblik van een installatie

De MONO-vergister bestaat uit enkele mestsilo’s zoals die op bijna ieder boerenerf te zien zijn. Alleen dan zijn ze wat groter van doorsnee, iets hoger en er zit een bol dak op. De installatie die het biogas opwerkt tot groengas zit in een zeecontainer. Het geheel vormt inclusief de aan- en afvoer van de drijfmest een gesloten systeem en is daardoor geurvrij.

Locatiekeuze

Momenteel staat het nog niet vast waar een of meer MONO-vergisters gevestigd kunnen worden. Dat hangt ondermeer af van de technische mogelijkheden voor het zgn. invoeden van het groengas in het aardgasgasnetwerk. Voor één centrale installatie lijkt het WEN energiepark aan de Tolleane de meest geschikte locatie.

In 2020 heeft WEN aandacht besteed aan de optie van een kleinere mono-vergister op het boerenerf van maatschap Pool aan de Opperbuorren 3. Hierbij zouden ca. vier dicht bij elkaar gevestigde bedrijven gezamenlijk hun mest vergisten om ruim 300.000 m3 Groengas te produceren. Dit proces kwam in een stroomversnelling, toen Friesland Campina (Jumpstart) een van hun zeer gunstige subsidiebeschikkingen van de overheid beschikbaar wilde stellen voor Wijnjewoude. Om deze subsidie te kunnen benutten moest de bouw al in september 2020 beginnen. Het bleek niet mogelijk om op tijd de vergunningen en de afspraken met de omwonenden rond te krijgen. De verdere voorbereiding van dit plan is daarom gestopt.

Leefbaarheid

Voorjaar 2021 onderzocht de werkgroep Leefbaarheid de omgevingsaspecten (risico van overlast) van een MONO-mestvergister. De werkgroep werd gevormd door afgevaardigden van buurtvereniging Klein Groningen en WEN,  met onafhankelijke begeleiding door Arjan Bosch van KNHM en met technische ondersteuning van Arcadis. Hier lees je de:

 

Meer info over MONO-mestvergisting

Als voorbeeld van een installatie als bedoeld bij Pool, toont dit filmpje de installatie van familie Stokman in Koudum. Zoon Nico is werkzaam bij Friesland Campina en heeft WEN geadviseerd bij het scenario Pool. Ook bij Stokman, die zelf 280 stuks vee heeft, kan de mono-vergistings installatie niet renderen zonder de dagelijkse inbreng van mest van twee bevriende boeren wat het totaal brengt op 500 koeien.

Het verslag van twee buurmannen die een bezoek brachten aan de mono-vergistingsinstallatie van de familie Stokman

Bezoek aan veehouderij Stokman

Verder nog twee filmpjes van FrieslandCampina over mono-mestvergisting:

Aandacht provinciale en landelijke overheden

Dat het WEN concept een grote potentie heeft voor de energietransitie van Friesland en andere plattelandsgebieden met kleine veehouderijbedrijven krijgt inmiddels ook landelijke aandacht. April 2021 verscheen een provinciaal rapport over de inzet van groen gas voor de Friese energievraag.

Bekijk ook de veelgestelde vragen.

 

Inzichten uit recente verleden

Sinds 2017 verkent WEN de mogelijkheden voor groengasopwek via mono-mestvergisting. Sinds 2019 zijn bij deze verkenningen diverse specialisten betrokken. Hieronder enkele ontwikkelingen van het proces en verworven inzichten.

januari 2019:

Financieel en qua werkzaamheden is mono-mestvergisting op het boerenerf niet haalbaar voor de Wijnjewoudster boeren met doorgaans minder dan 180 koeien.  Er moet een andere oplossing gevonden worden. Najaar 2018 heeft het ministerie van EZK (Economische Zaken en Klimaat), via RVO budget beschikbaar gesteld om bij 12 boeren in en rond Wijnjewoude een duurzaamheidsscan uit te voeren en interesse voor mono-mestvergisting vast te stellen. Deze inventarisatie is uitgevoerd door Rob Jacobs van L’orèl Consultancy. Het onderzoek van DLV, de ervaringen van Friesland Campina met Jumpstart samen met de kennis en ervaring van Rob Jacobs en de ambitieuze plannen van WEN heeft in diverse overleggen geleid tot een interessante nieuwe ontwikkeling dat mono-mestvergisting in een ander perspectief zet.

Daarnaast doet L’orèl Consultancy op dit moment op twee boerderijen in Groningen onderzoek naar mestkoeling. Mestkoeling in de mestopslag van de boer zorgt ervoor dat het gistingsproces in de mest stopt en er geen gassen verloren gaan. Met de warmte die vrij komt uit de mestkoeling kan de boer zijn huis verwarmen. De mest blijft als het ware dagvers en levert, ook na transport naar een centrale monovergister, meer rendement.

De opdracht van EZK/RVO is afgerond. In deze opdracht lag de nadruk op het boerenerf. Wat leveren de duurzaamheidsscans op, waar kan de boer besparen, wat is het biogaspotentieel en wat zijn de kansen en dillema’s op en rond het boerenerf. Daarnaast is het baanbrekende idee met de boeren besproken. Vooralsnog zijn de boeren meer dan positief, en ligt de vraag voor om dit verder uit te werken. De boeren zien kansen.
Maar om dit nieuwe bedrijfsmodel verder uit te werken is er nog veel onderzoek nodig. Hiervoor moet de coöperatie opnieuw expertise inhuren om al deze vragen beantwoord te krijgen, een bedrijfsmodel uit te werken, vergunningen te toetsen, subsidie mogelijkheden te onderzoeken en de business case voor het totale bedrijfsmodel te definiëren. Deze expertise zal niet op vrijwillige basis beschikbaar zijn. Er moeten nieuwe fondsen gezocht worden om dit model verder uit te werken. Hoe kunnen we de kansen die mono-mestvergisting biedt verzilveren?

juni 2019:

EZK financiert ontwikkeling businesscase collectieve mestvergisting – groengas

september 2019:

Harm de Kroon vrijwillig projectleider

3 oktober 2019: Thema avond Mestvergisting (Buurtvereniging Klein Groningen en WEN)

Lees hier het verslag 

13 november 2019: Boerenavond over mestvergisting

Lees hier het Verslag avond met boeren over mestvergisting op 13 november jl.

En ook: de presentatie van de businesscase op 13 november

en de presentatie van de projectleider