Groengas uit rundveemest

Aardgasvrij op eigen kracht

Het kan! Want ons dorp kan zelf voldoende groengas produceren. In en om Wijnjewoude is voldoende koeienmest om via mono mestvergisting 1 miljoen kuub groengas op te wekken. Dat is genoeg om onze huizen te verwarmen. Daarom is deze duurzame verwarming voor Wijnjewoude logisch, voordelig en sociaal. En, het maakt ons onafhankelijk van Russisch gas.

Groengas van de Mienskip

Voor een plattelandsdorp als Wijnjewoude is all electric verwarmen of een warmtenet geen optie. We zullen dus voorlopig niet zonder gas kunnen. Daarom is het logisch dat wij ons eigen potentieel aan duurzaam gas gaan inzetten. Zolang we koeien hebben, hebben we koeienmest en dat is een prima grondstof voor groengas. Zo kunnen we bovendien de kostbare gasinfrastructuur en onze cv ketels blijven gebruiken en toch aardgasvrij worden.
Door mest te vergisten worden broeikasgassen omgezet in biogas. Dit biogas kunnen we opwerken tot groengas dat dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. En dat kan rechtstreeks het gasnetwerk van Liander in. Van 100 koeien kunnen ca 30 gezinnen stoken en koken. Zo worden onze veehouders de warmteproducenten van Wijnjewoude en hebben de inwoners een duurzame warmtevoorziening.

In een podcast uit 2021 legt onze Projectleider Groengas Harm de Kroon in een paar minuten uit hoe het werkt, dat het haalbaar is en ook landelijk grote kansen biedt.

Hoe werkt het?

In plaats van dat de mest op de boerderij in de opslag blijft totdat het wordt uitgereden, leent de boer het uit om centraal te laten vergisten. Na de bewerking krijgt hij de vergiste mest terug. De bemestingswaarde blijft vrijwel gelijk, alleen de broeikasgassen zijn nuttig gebruikt. Daarmee gaat de uitstoot op het bedrijf flink omlaag. De drijfmest wordt met een tankwagen vervoerd en via een slang in de mono mestvergister gepompt waar het wordt verwarmd en vervolgens weer afgekoeld.  Het hele proces verloopt via een gesloten systeem, waardoor er geen stank vrijkomt.

Is het haalbaar?

Normaal gesproken kan groengasproductie via monovergisting van rundveedrijfmest alleen uit voor grote veehouderijbedrijven van minimaal ca 300 koeien. De relatief kleine melkveehouderijen in Wijnjewoude (tot ca 150 koeien) kunnen wél gezamenlijk rendabel groengas opwekken. En dat willen ze ook, maar investeren is voor een dergelijk bedrijf momenteel niet haalbaar. Daarom heeft WEN een nieuw concept ontwikkeld waarmee Wijnjewoude van duurzaam gas kan worden voorzien met geschikte SDE subsidie.

Het WEN concept: Coöperatief, Lokaal en Circulair

In coöperatief verband met ca 25 boeren kan WEN via monovergisting voldoende groengas opwekken. WEN is eigenaar van de installatie en beheert het proces. De boeren krijgen een vergoeding voor hun uitgeleende mest.

Dit bedrijfsmodel levert een aantal voordelen:
– De investering in de installatie wordt aangegaan door de energiecoöperatie (waarvan ook de boeren lid zijn).
– De vergisting kan optimaal bestuurd worden door een ervaren operator.
– De boer wordt ‘energieleverancier’ voor het dorp, wat de onderlinge band versterkt.
– De winsten blijven lokaal en worden rechtvaardig verdeeld over boeren en dorpsgemeenschap.

Bedrijfsmodel aangepast op dagverse mest

In 2022 is de stikstofcrisis op zijn hoogtepunt. De boeren zijn zich bewust dat de stikstofuitstoot van hun bedrijf fors omlaag moet. WEN past daarom haar coöperatieve plan aan op het gebruik van dagverse mest. Dan ontstaat er minder ammoniak in de stal en neemt de stikstofemissie met 46% af. Ook neemt de uitstoot van broeikasgas met 75% af.

Hiermee wordt het Wijnjewoudster plan van grote betekenis. Lokaal beschikbare mest wordt ingezet voor de oplossing van de energiecrisis, klimaatcrisis en stikstofcrisis. Drie vliegen in één klap.
Het nieuwe plan wordt omarmd door Provincie Fryslân, gemeente Opsterland, LTO Noord, Gasunie en Alliander. Vanaf nu heet het plan ‘De Friese Drieslag’ en biedt een nieuw perspectief voor de melkveehouderij.

‘De Friese Drieslag’ als proef

Om vast te stellen of het door WEN ontwikkelde bedrijfsmodel CLCM oplevert wat ervan verwacht wordt, wil de Provincie Friesland een pilot uitvoeren met 25 boeren in en om Wijnjewoude.
Daarbij zal vooral worden onderzocht hoe de mest, zowel op de boerderij als tijdens het transport, het best behandeld kan worden om optimale resultaten te behalen voor de opbrengst van groengas en afname van de uitstoot van broeikasgas en stikstof. Ook zal worden onderzocht hoe de vergiste mest optimaal kan bijdragen aan een gezond bodemleven. Deze onderzoeken zullen worden uitgevoerd door Fascinating, Wageningen UR en Bioclear Wetsus.
Voor meer informatie over De Friese Drieslag kijk hier.

Dagverse mest

Om dagverse mest te verzamelen zijn aanpassingen op de boerderij noodzakelijk. De roostervloer moet worden afgedekt met een rubbermat en regelmatig worden schoongeveegd. Er moet ook een opslagbak voor de dagverse mest komen. De vergiste mest die terugkomt kan in de mestkelder onder de stal worden opgeslagen. De provincie ziet kansen om de noodzakelijke stalaanpassing voor dagontmesting te subsidiëren uit het stikstoffonds.

Participatie traject met de buurtbewoners

Werkgroep Leefbaarheid 1
Vanaf het begin in 2019 heeft WEN gewerkt aan een dialoog met Klein Groningen over mogelijke groengasproductie op het energiepark, ofwel de voormalige rioolzuiveringslocatie (RWZI) aan de Tolleane. Toen de dialoog stagneerde is de positie van Klein Groningen versterkt door de instelling van de werkgroep Leefbaarheid 1
Die werkgroep Leefbaarheid 1 is ingesteld door de Buurtvereniging Klein Groningen. De buurtvereniging was de opdrachtgever. Zij heeft via de KNHM foundation Arjen Bosch gevraagd als onafhankelijke voorzitter op de treden. De buurtschap heeft vertegenwoordigers in de werkgroep aangewezen. Via KNHM kreeg de werkgroep de beschikking over de technische deskundigheid van Alfred Nijenhuis van Arcadis. WEN heeft volledige medewerking aan de werkgroep toegezegd.
De werkgroep heeft 16 september 2020 in de ledenvergadering van WEN gerapporteerd dat de 8 opgesomde mogelijke overlastpunten redelijkerwijs kunnen worden opgelost, maar dat een definitief oordeel pas kan worden geveld als de precieze locatie en het technisch ontwerp van de vergister bekend zijn. Lees de bevindingen van de werkgroep Leefbaarheid 1 en de samenvattende rapportage:

De inmiddels ontstane actiegroep de Westkant accepteerde deze uitkomst niet, later gevolgd door Klein Groningen. Door de publieke acties van De Westkant en Klein Groningen ontstond er onrust.

Mediation Wethouder Postma
Op verzoek van de Raad zocht wethouder Postma contact met de buurt en met WEN.
Na een door de Gemeente geleid mediation traject van 6 maanden zegden Klein Groningen en de Westkant toe deel te nemen aan de werkgroep Leefbaarheid 2. Deze werkgroep kreeg tot taak de best mogelijke locatie(s) te bepalen voor coöperatieve mono mestvergisting en groengas opwek. Wethouder Postma vroeg met instemming van alle leden van de werkgroep Arjen Bosch van KNHM als onafhankelijk voorzitter de leiding op zich te nemen.
Door de instelling van de Werkgroep Leefbaarheid 2 heeft de Gemeente een nadrukkelijke rol gegeven aan de omwonenden.

Werkgroep Leefbaarheid 2
Echter: nog voor de eerste bijeenkomst van de werkgroep trokken Klein Groningen en Westkant zich terug. Na een oproep van wethouder Postma meldden zich alsnog 4 personen uit verschillende wijken aan voor de werkgroep die op persoonlijke titel zitting hebben in de werkgroep Leefbaarheid 2.

Na onderzoek van maar liefst 9 verschillende scenario’s/locaties, is de werkgroep tot de conclusie gekomen dat centrale vergisting op de RWZI de meest haalbare optie is om 1 miljoen m3 groengas voor Wijnjewoude te produceren. De werkgroep verwacht dat dit kan zonder overlast voor de buurt.
Die conclusies zijn toegelicht op twee bijeenkomsten voor inwoners op 17 mei 2022 voor Klein Groningen en omgeving en op 18 mei 2022 voor heel Wijnjewoude. Bekijk hier de presentatie van de 9 scenario’s/locaties.
Op grond daarvan heeft de werkgroep besloten te onderzoeken of inderdaad groengas productie op de oude RWZI mogelijk is zonder overlast voor de buurt. Alle punten voor mogelijke overlast, die de werkgroep Leefbaarheid 1 en Klein Groningen hebben opgesomd komen daarbij aan de orde.
Dit onderzoek is naar verwachting eind 2023 gereed. De werkgroep Leefbaarheid 2 zal dan opnieuw rapport uitbrengen aan de buurt en aan het dorp.
De werkgroep communiceert met het dorp via haar eigen pagina op de dorpswebsite. Daar kun je vragen stellen aan de werkgroep Leefbaarheid 2 en vind je een overzicht van veel gestelde vragen en antwoorden.

Hoe staan de boeren er in?

Op 22 december 2022 brachten ca 18 boeren een werkbezoek aan melkveehouderij Stokman in Koudum. Stokman melkt 280 koeien en samen met de mest van twee bedrijven in de omgeving heeft hij een rendabele vergistingsinstallatie waarmee hij groengas aan het net levert. Zijn bedrijf is er sterker door geworden en meer toekomstbestendig.
Na afloop van het werkbezoek waren de boeren van mening dat deelname aan ‘De Friese Drieslag’ ook hen een toekomstgericht bedrijf gaat opleveren. Ze zagen ook een belangrijk voordeel in het coöperatieve bedrijfsplan dat hen ontzorgt wat betreft de techniek van vergisting etc.
Eindconclusie was dat pilot ‘De Friese Drieslag’ een project moet worden van WEN én de veehouders. Met die boodschap gaat WEN aan de slag en betrekt de veehouders bij de uitvoering.

Lees het verslag van het werkbezoek aan melkveehouderij Stokman.