Mestvergisting en groengas

Koken en stoken op koeienmest

Het kan, zeker in Wijnjewoude. Sinds het idee in oktober 2015 tijdens een inspiratieavond tot speerpunt van WEN werd, lijkt de haalbaarheid van Wijnjewoudster groengas alleen maar groter geworden.

Waar gaat het om?

Het lijkt misschien ideaal om alles in huis op elektriciteit te kunnen doen, maar de komende decennia zullen we zeker in ons dorp met veel oude huizen niet zonder gas kunnen. Wel kunnen we als dorp duurzaam in onze gasbehoefte voorzien. Immers zolang we koeien hebben, hebben we koeienmest en dat is een prima grondstof voor groengas. Zo kunnen we bovendien de kostbare gasinfrastructuur blijven gebruiken en toch aardgasvrij worden.
Door verse koeienmest te vergisten worden broeikasgassen omgezet in biogas. Dit biogas kan vervolgens worden opgewerkt tot groengas. En omdat groengas dezelfde kwaliteit heeft als aardgas, kan het rechtstreeks het gasnetwerk van Liander in. Van 100 koeien kunnen maar liefst 30 gezinnen stoken en koken. Zo draagt de veehouder rechtstreeks bij aan de verduurzaming van het dorp.

Hoe werkt het en is het haalbaar?

Veehouder Marco Pool zegt over zijn ambitie: “Wij willen de mest verbeteren en de delen die ‘gemakkelijk’ verloren gaan, opvangen voor gas- of energieproductie. Bovendien, met de vergiste mest kun je vrij gemakkelijk ook de kunstmest produceren die je anders inkoopt en waarvan het procedé een enorme gasverslinder is.” Zo biedt monovergisting voor de boer 3 voordelen. Verbeterde mest, evt. eigen kunstmest én groengas in het net ten behoeve van dorpsgenoten.” Om het realiteitsgehalte van monovergisting op eigen erf en opwerking tot groengas te onderzoeken, voerde DLV in 2016 een haalbaarheidsstudie uit op Marco’s bedrijf . Conclusie: Er is alleen sprake van een haalbare business case op voorwaarde dat daarvoor SDE fase 4 subsidie verkregen wordt. Echter de kans op een dergelijke subsidie is klein. Het kan beduidend gunstiger worden wanneer meer melkveehouders in Wijnjewoude interesse hebben om hun mest te vergisten. In dat geval kan een door de coöperatie aan te schaffen centrale opwerkingsinstallatie de eigen investering aantrekkelijker maken.

Januari 2019: nieuwe inzichten

Financieel en qua werkzaamheden is mono-mestvergisting op het boerenerf een te groot risico voor de Wijnjewoudster boeren met doorgaans minder dan 180 koeien.  Er moet een andere oplossing gevonden worden.
Najaar 2018 heeft het ministerie van EZK (Economische Zaken en Klimaat), via RVO budget beschikbaar gesteld om bij 12 boeren in en rond Wijnjewoude een duurzaamheidsscan uit te voeren en interesse voor het mono-mestvergistingspotentieel vast te stellen. Deze inventarisatie is uitgevoerd door Rob Jacobs van L’orèl Consultancy. Het onderzoek van DLV, de ervaringen van Friesland Campina met Jumpstart samen met de kennis en ervaring van Rob Jacobs en de ambitieuze plannen van WEN heeft in diverse overleggen geleid tot een interessante nieuwe ontwikkeling dat mono-mestvergisting in een ander perspectief zet.

Het baanbrekende idee: collectief vergisten

Aan de basis van dit idee ligt het concept van mestkoeling. Een geheel nieuw concept waarnaar L’orèl Consultancy op dit moment op twee boerderijen in Groningen onderzoek doet. Mestkoeling in de mestopslag van de boer zorgt ervoor dat het gistingsproces in de mest stopt en er geen gassen verloren gaan. Met de warmte die vrij komt uit de mestkoeling kan de boer zijn huis verwarmen. Naast meer voordelen blijft de mest als het ware dagvers en dat biedt mogelijkheden om de mest met meerdere boeren op één locatie te vergisten, waarmee de kosten flink verlaagd kunnen worden. Dit concept is met de boeren besproken en bijna allen zijn enthousiast. Zij zien mogelijkheden die tot voor kort onbereikbaar leken. In Groningen wordt op twee boerenerven proeven uitgevoerd met mestkoeling.

De gezamenlijke oplossing

Energiecoöperatie WEN wil een mestvergistings- en opwerkingsinstallatie exploiteren op het Energiepark (voormalige rwzi) op basis van mest van de boeren in de buurt. Daarvoor worden vergistingssilo’s ingericht in de rwzi bassins. De silo’s worden optimaal ingezet. Daarvoor zijn een aantal scenario’s denkbaar: iedere boer een eigen silo, een paar boeren delen één silo of een mix. De gekoelde mest wordt verpompt (sleepslangen) van het boerenerf naar het energiepark. Na vergisting wordt het digestaat mogelijk weer teruggepompt naar het boerenerf of uitgereden over het land of gekraakt tot kunstmestvervanger.
Met dit bedrijfsmodel nemen we een aantal kritische factoren van het vergisten op eigen erf weg, waardoor er een beter bedrijfsmodel ontstaat. Dit bedrijfsmodel levert een aantal voordelen:
– De grootste investeringen worden aangegaan door de energiecoöperatie (waarvan ook de boeren lid zijn).
– De vergisting kan optimaal bestuurd worden door een ervaren operator op het Energiepark.
– De boer wordt ‘energieleverancier’ voor het dorp, hetgeen de onderlinge band positief versterkt.
– De winsten blijven lokaal en worden rechtvaardig verdeeld over boeren en dorpsgemeenschap.
– Door de centralisering van het proces ontstaan er meerdere mogelijkheden om het biogas tot waarde te brengen. Bijvoorbeeld puur biogas, Groengas, dieselvervanging en gedeeltelijke verstroming (aangestuurd op warmtevraag). Hierdoor neemt het verdienmodel ook toe.

Hoe nu verder?

De opdracht van EZK/RVO is afgerond. In deze opdracht lag de nadruk op het boerenerf. Wat leveren de duurzaamheidsscans op, waar kan de boer besparen, wat is het biogaspotentieel en wat zijn de kansen en dillema’s op en rond het boerenerf. Daarnaast is het baanbrekende idee met de boeren besproken. Vooralsnog zijn de boeren meer dan positief, en ligt de vraag voor om dit verder uit te werken. De boeren zien kansen.
Maar om dit nieuwe bedrijfsmodel verder uit te werken is er nog veel onderzoek nodig. Hiervoor moet de coöperatie opnieuw expertise inhuren om al deze vragen beantwoord te krijgen, een bedrijfsmodel uit te werken, vergunningen te toetsen, subsidie mogelijkheden te onderzoeken en de business case voor het totale bedrijfsmodel te definiëren. Deze expertise zal niet op vrijwillige basis beschikbaar zijn. Er moeten nieuwe fondsen gezocht worden om dit model verder uit te werken. Hoe kunnen we de kansen die mono-mestvergisting biedt verzilveren?

juni 2019: EZK financiert ontwikkeling businesscase collectieve mestvergisting – groengas

september 2019: Harm de Kroon vrijwillig projectleider

3 oktober 2019: Thema avond Mestvergisting (Buurtvereniging Klein Groningen en WEN)

Lees hier het verslag 

13 november 2019: Boerenavond over mestvergisting

Lees hier het Verslag avond met boeren over mestvergisting op 13 november jl.

En ook: de presentatie van de businesscase op de 13e november

en de presentatie van de projectleider

Nog wat info uit 2017/2018

Op 18 mei 2017 was er een informatiebijeenkomst voor boeren en geïnteresseerden, waar Jan Willem Bijnagte, adviseur mestvergistingsprojecten, het een en ander uit de doeken deed.  Voor het verslag zie: verslag WEN avond monovergisting op 18 mei 2017. Hierbij de presentatie van J.W. Bijnagte.

Momenteel is Bijnagte betrokken bij een monovergistingsproject in Noord Deurningen. Hier gaan een aantal boeren gezamenlijk biogas leveren aan twee fabrieken in de buurt. http://duurzaam-nd.nl/nieuws/366/biogasnetwerk-in-noord-deurningen-en-beuningen-in-boerenbusiness In juli is de eerste schop de grond ingegaan voor het biogasnetwerk.

Sinds 2018 produceren melkveehouders Jelle Heida en André Kleistra in Hoornsterzwaag ca 800 kuub opgewerkt groengas dat zij rechtstreeks in het gasnetwerk invoeren. https://sa24.nl/mts-heida-in-hoornsterzwaag-neemt-vergister-in-gebruik/.

Een ander inspirerend voorbeeld van monovergisting en groengasproducent is boer Ras op Goeree-Overflakkee. https://nos.nl/artikel/2070546-koken-op-koeienpoep.html

Andere interessante artikelen: https://www.wur.nl/nl/nieuws/Monovergisting-wordt-ook-economisch-interessant-.ht

En deze boer uit Holwierde koelt zijn mest en verwarmt daarmee zijn huis:
https://www.rtvnoord.nl/nieuws/209760/Boer-gebruikt-mestwarmte-om-eigen-woning-te-verwarmen