Energieneutraal met groengas van de mienskip
Het kan! Behalve voldoende groene stroom kunnen we als dorp Wijnjewoude ook voldoende groengas produceren om onze huizen duurzaam te verwarmen. Dat gaan we doen via monomestvergisting van koeienmest uit de omgeving. Bij monomestvergisting wordt alleen koeienmest vergist en geen andere stoffen bijgemengd.
Voor een plattelandsdorp als Wijnjewoude is volledig elektrisch verwarmen of een warmtenet geen optie. We zullen dus voorlopig niet zonder gas kunnen. Daarom is het logisch dat wij ons eigen potentieel aan duurzaam gas gaan inzetten. Zolang we koeien hebben, hebben we koeienmest en dit is een prima grondstof voor groengas. Bovendien kunnen we dan zowel de kostbare gasinfrastructuur in de grond als ook onze eigen cv ketels blijven gebruiken. Wel zo duurzaam.
Met 1 miljoen kuub groengas leveren we zoveel groengas aan het gasnet als we nog voor de verwarming van onze huizen nodig hebben. En dat is ons doel: zoveel groene energie produceren als we als dorp nodig hebben.
Onze 1 miljoen m3 groengas vervangt dus 1 miljoen m3 aardgas in het gasnet van Liander. In onze huizen merken we daar niks van. Elk gezin kan een gascontract sluiten met elke willekeurige energieleverancier en elk gezin kan zijn eigen cv ketel en gasfornuis blijven gebruiken.
Dit gaan we doen
Door mest te vergisten wordt een deel van de organische stof in de mest omgezet in biogas. Dit biogas werken we op tot groengas. Dat heeft dezelfde kwaliteit als aardgas en kan dus zo het gasnetwerk van Liander in. Van 100 koeien kunnen ca 30 gezinnen stoken en koken.
Zo worden onze veehouders de warmteproducenten van Wijnjewoude.
Normaal gesproken kan groengasproductie via monovergisting van rundveemest op eigen erf alleen uit voor grote veehouderijbedrijven van minimaal 300 koeien. De doorsnee melkveebedrijven in en rond Wijnjewoude (75 – 175 koeien) kunnen wél gezamenlijk rendabel groengas opwekken. Daarom heeft WEN een nieuw concept ontwikkeld om collectief groengas te produceren.
Circulaire landbouw
De deelnemende veehouders in ons project lenen hun mest uit aan de centrale vergister zodat we er groengas uit kunnen maken. De vergiste mest, waar de voedingsstoffen nog in zitten, krijgen ze terug om hun land mee te bemesten. Zo is het een circulair proces.
Het is zelfs mogelijk om uit de eigen mest een stikstofmeststof te maken die kunstmest kan vervangen. Dat is positief voor het klimaat, want voor het maken van kunstmest is erg veel aardgas nodig. te maken.

Dagverse Mest
Sinds 2022 zijn de boeren zich bewust dat de stikstofuitstoot van hun bedrijf fors omlaag moet. Daarom is het WEN plan aangepast aan dagverse mest waardoor er minder ammoniak in de stal ontstaat en de stikstofemissie van het melkveebedrijf met 46% af neemt. Tegelijktijdig neemt de uitstoot van broeikasgas uit de stal met 75% af. Deze reductiecijfers zijn door Wagenings onderzoek aangetoond. En bovendien levert verse drijfmest meer groengas op.
Om dagverse mest te verzamelen zijn aanpassingen op de boerderij noodzakelijk. De roostervloer moet worden afgedekt met een rubbermat zodat de mest regelmatig in een speciale opslagbak voor dagverse mest kan worden geschoven. Zodra er 36 kuub verse mest beschikbaar is, komt een tankauto het ophalen en brengt het naar de centrale vergister. De vergiste mest (digestaat) die naar de boerderij terugkomt, wordt in de mestkelder onder de stal opgeslagen.
Vergisten en strippen
De installatie wordt ontwikkeld en gebouwd door Colsen bv. Er wordt vergist op 55 in plaats van de gebruikelijke 28 graden. Voordeel daarvan is dat de doorlooptijd veel korter is, de vergister kleiner, de gasopbrengst hoger en ziektekiemen en onkruidzaden worden gedood.
Het WEN concept: Collectief, Lokaal en Circulair
In coöperatief verband met ca 30 boeren kan WEN via monovergisting voldoende groengas opwekken. WEN is eigenaar van de installatie en beheert het proces.
Dit bedrijfsmodel levert een aantal voordelen:
– De investering in de installatie wordt aangegaan door de energiecoöperatie.
– De vergisting kan optimaal bestuurd worden door een ervaren operator.
– De boer wordt ‘energieleverancier’ voor het dorp, wat de onderlinge band versterkt.
– De boer kan de uitstoot van stikstof en broeikasgassen uit zijn stal aanzienlijk verlagen en gebruikt organische kunstmestvervanger
– De winsten blijven lokaal en worden bestemd binnen de gemeenschap.
Provinciale pilot ‘De Friese Drieslag’
Het door WEN ontwikkelde bedrijfsmodel voor groengas uit centrale vergisting van dagverse mest lijkt zeer kansrijk, ook voor andere regio’s. Vandaar dat de Provincie Friesland ons model als pilot heeft aangewezen en wil onderzoeken of de veronderstelde emissiereductie en groengasopbrengst in de praktijk wordt gerealiseerd.
De deelnemende boeren hebben individueel maatwerkadvies gekregen over de noodzakelijke aanpassingen van de stal, waarvoor zij ook subsidie krijgen. Daarnaast wordt er meetapparatuur opgehangen om de emissies te meten.
Landelijk wordt het zogenaamde ‘Model Wijnjewoude’ ondersteund met een speciale categorie SDE++ subsidie voor wat wordt genoemd, de ‘mesthub’. De SDE subsidie is een door de overheid gegarandeerde opbrengstprijs voor het groene gas.
Hoe ziet de vergistingsinstallatie er uit
Op de locatie van de voormalige rioolwaterzuivering (rwzi) aan de Tolleane in Wijnjewoude wordt de groengasinstallatie gebouwd door fa. Colsen.

Hier komen een aantal silo’s voor vergisting en opslag en een unit waarin het biogas wordt opgewerkt tot groengas. Ook komt er een stikstofstripper die extra stikstof uit het digestaat haalt en waarmee een organische kunstmestvervanger wordt gemaakt.
Het geheel wordt aangestuurd vanuit een klein gebouw met regelapparatuur en waarin ook een onderhoudswerkplaats is ingericht.
In deze film vertelt Jan Willem Bijnagte van fa. Colsen hoe de installatie er uit ziet, hoe die werkt en gaat hij in op eventuele zorgen over overlast.
Landschappelijke inpassing overzicht locatie in het groen IDA
Om de groengasinstallatie zo veel mogelijk aan het zicht te onttrekken en zo aantrekkelijk mogelijk in te passen in de omgeving, heeft een werkgroep van belangstellende dorpsgenoten en vertegenwoordigers van Plaatselijk Belang en WEN een plan gemaakt. Hierbij zijn zij uitgegaan van de bestaande hoge eiken die al om het perceel staan. Het plan behelst een dichte groene omzoming van inheemse bomen, heesters en grassen, die voedsel en schuilplaats biedt aan allerlei vogels, insecten en andere kleine dieren. Zo versterkt de locatie de biodiversiteit.
De wanden van de silo’s krijgen een in de omgeving passende groene kleur.
Het plan heeft de goedkeuring gekregen van de gemeentelijke Welstandscommissie.
Participatietraject met buurtbewoners
Vanaf de vroegste plannen voor groengasproductie uit monomestvergisting werd rekening gehouden met vestiging op de voormalige rwzi aan de Tolleane. Daarom zijn in goede samenwerking met buurtschap Klein Groningen de eerste stappen gezet op weg naar het betrekken en informeren van de omgeving. Buurtvereniging Klein Groningen werd opdrachtgever voor de Werkgroep Leefbaarheid, die onder onafhankelijk voorzitterschap van KNHM foundation en met technische ondersteuning van Arcadis, onderzocht of veronderstelde overlastpunten te voorkomen zouden zijn. De werkgroep rapporteerde dat de 8 punten redelijkerwijs kunnen worden opgelost als de precieze locatie en het technisch ontwerp van de vergister bekend zijn.
De inmiddels ontstane actiegroep Westkant accepteerde deze uitkomst niet. Door de publieke acties ontstond er onrust.
Op verzoek van de gemeenteraad werd daarom door de wethouder een mediation traject gestart, uitmondend in de werkgroep Leefbaarheid 2 die moest onderzoek wat de best mogelijke locatie voor de vergister zou zijn en of er overlast voor de omwonenden zou kunnen ontstaan. Een oproep aan de verschillende buurtverenigingen in Wijnjewoude om deel te nemen aan de werkgroep leverde geen respons op.
Na een oproep van de wethouder meldden zich vier dorpsbewoners (waaronder twee uit de omgeving van de rwzi), die op persoonlijke titel zitting namen in Leefbaarheid 2.
Na onderzoek van 9 verschillende scenario’s/locaties was de conclusie dat centrale vergisting op de rwzi de meest haalbare optie is. Daarom werd besloten te onderzoeken of monomestvergisting op de rwzi locatie mogelijk is zonder overlast voor de omgeving. De conclusie was dat dit het geval is als alle technische optimalisaties, als extra isolatie etc. worden toegepast.

De werkgroep heeft een eigen pagina op de dorpswebsite, daar vind je alle rapporten en een overzicht van veel gestelde vragen en antwoorden.
https://wijnjewoude.net/groengas/